Kennisbank
Waarom loopt mijn ICT-team leeg? 5 signalen dat mensen dreigen te vertrekken
Iemand uit je team dient onverwacht zijn ontslag in. Je bent verrast, misschien zelfs overvallen. Maar was je dat echt? Bij de meeste vertrekken in ICT-teams waren er weken, soms maanden van tevoren al signalen. Vijf daarvan zie ik het vaakst terug.
1. Minder inbreng in overleggen
Iemand die eerst volop meedacht in retro's en planning, zegt steeds minder. Niet omdat er niets te zeggen is, maar omdat diegene het gevoel heeft dat het toch niets uitmaakt.
2. Geen groei in de functie
Iemand blijft al langer op dezelfde functie zitten zonder dat er over groei wordt gesproken. In de ICT, waar de arbeidsmarkt continu wervend is, is stilstand vaak het eerste teken dat iemand elders gaat kijken.
3. Strikt volgens de klok
Iemand die altijd bereid was net iets extra's te doen, houdt zich ineens strak aan werktijden. Dat is geen luiheid, dat is een teken dat de betrokkenheid is weggeëbd.
4. Losser contact buiten het werk om
Minder informele gesprekken bij de koffieautomaat, minder reacties in de teamchat buiten het puur functionele om. Sociale afstand gaat vaak vooraf aan fysieke afstand.
5. Vragen over “hoe het hier werkt”
Vragen over verlofopbouw, transitievergoeding of een concurrentiebeding lijken onschuldig, maar zijn vaak een signaal dat iemand zijn opties aan het uitzoeken is.
Wat je eraan kunt doen
Deze signalen gaan bijna altijd terug op twee dingen: geen gevoel van groei, en geen gevoel van gezien worden. Beide zijn te herstellen, mits je er op tijd bij bent. Dat begint niet met een exitgesprek, maar met structureel weten waar ieder teamlid staat: wat hen drijft, waar hun talent nog onbenut is, en wat ze nodig hebben om te blijven groeien.
Het gratis Team Groei Kompas laat je in een kwartier tijd zien welke thema's in jouw team aandacht nodig hebben, inclusief een eerste opdracht om er meteen mee aan de slag te gaan.
Waar staat jouw team?
Doorloop het gratis Team Groei Kompas en krijg in een kwartier zicht op de grootste groeikansen.