Naar hoofdinhoud
Talent op padTalent op pad

Kennisbank

Retro's die wél iets opleveren: 3 fouten die ICT-teams onbewust maken

De retro staat elke sprint keurig in de agenda. Iedereen zegt “ging goed” en “kan beter”, er komen een paar actiepunten uit, en twee weken later is niemand meer bezig met wat er is afgesproken. Herkenbaar? Dan maakt je team waarschijnlijk een van deze drie fouten.

Fout 1: dezelfde vragen, elke keer

“Wat ging goed, wat kan beter” is een prima startvraag, maar als het de enige vraag blijft, wordt de retro een verplicht nummer in plaats van een echt gesprek. Teams die dezelfde vraag keer op keer stellen, krijgen na een tijdje ook steeds hetzelfde soort antwoorden: oppervlakkig en voorspelbaar. Wissel de invalshoek af: soms over proces, soms over samenwerking, soms over energie in het team.

Fout 2: actiepunten zonder eigenaar

Een actiepunt zonder naam erbij is geen actiepunt, het is een wens. “We moeten beter communiceren” gebeurt niet vanzelf. “Sanne stuurt voortaan een korte update in de teamchat na elke deploy” wel. Elk actiepunt verdient een naam en een moment waarop je erop terugkomt.

Fout 3: geen ruimte voor wat echt speelt

Een retro die zich alleen op het proces richt (tickets, sprints, tooling) mist vaak wat er onderhuids speelt: onderlinge irritatie, werkdruk, onzekerheid. Dat komt niet vanzelf naar boven in een strak format van twintig minuten. Het vraagt om een teamlid dat merkt dat er meer speelt, en de ruimte durft te nemen om daarnaar te vragen.

Waar dit toe leidt

Een retro die deze drie fouten vermijdt, wordt een van de weinige vaste momenten waarop een team echt van zichzelf leert, in plaats van alleen het proces bijstelt. Dat is precies het soort structurele ontwikkeling waar teams in de ICT vaak het meest bij winnen.

Structureel bouwen aan betere gewoontes

In de Team Talentexpeditie werk ik met teams aan dit soort gewoontes, als vast onderdeel van het traject van zes maanden.